Yōkai

+ Coöperatieve puzzel met bijzonder weinig communicatiemogelijkheden, maar toch een kans op slagen al wordt het meestal spannend, check
+ De spelregels voorzien 6 verschillende speelniveaus en daarnaast een aantal verschillende startopstellingen, je bent dus niet onmiddellijk klaar met dit spelletje
+ Je bent wel relatief snel klaar met één luttel potje, ook deze titel catalogeren we in de categorie tussendoortjes
+ Het thema is natuurlijk niet echt belangrijk, maar de kleurrijke figuren op de kaarten dragen wel bij tot een bepaald speelgevoel
+ Eigenlijk is dit een geavanceerde memory, maar toch voelt het op de één of andere manier niet echt zo aan en dat vinden we een enorm voordeel
+ Je legt de puzzel praktisch volledig in je hoofd, want de communicatie is beperkt, dat is hier best verrassend te noemen (zie ook onder)

– Omdat er relatief weinig gecommuniceerd kan worden, verloopt een groot deel van dit spel in stilte terwijl er een redelijk hoge abstracte denkoefening plaatsvindt in je hersenen. Ik zou dit bij de pluspunten noteren, maar ik kan me voorstellen dat sommigen het liever luchtiger zien met tussendoortjes
– Het artwork is kleurrijk en opvallend, maar ik kan nu niet onmiddellijk zeggen dat het geheel super uitnodigend is, wat erg jammer is op zich want het is best een leuk spel
– Je moet er wel goed voor zorgen dat je alle 3 de stappen uitvoert in je beurt, soms durf je wel eens vergeten dat je een communicatiekaart moet omdraaien of gebruiken (en dit is de klok van het spel dus belangrijk dat deze stap zeker gebeurt)

Conclusie : Het opzet van deze Yokai is redelijk simpel. De 16 yokai-kaarten (bestaande uit 4 kleuren) worden geschud en in een patroon gedekt op tafel gelegd, standaard is dit een vierkant van 4×4. De spelers trachten zo snel mogelijk de kleuren orthogonaal aangrenzend aan elkaar te krijgen. Zo gauw een speler bij aanvang van z’n beurt denkt dat dit in orde is, mag hij het einde van het spel aankondigen, worden de kaarten omgedraaid om te zien of er gewonnen of verloren wordt en zijn er zelfs punten te verdienen om te kijken hoe goed je het eventueel gedaan hebt. Simpel! Toch? Zo lijkt het wel, maar het is het eigenlijk helemaal niet.

In een beurt doorloop je drie stappen (die zie je hierboven schematisch ook afgebeeld) :
– Bekijk twee gedekte kaarten en leg ze gedekt terug
– Verschuif optioneel één kaart naar een nieuwe plaats, orthogonaal aangrenzend aan een andere kaart (zonder dat de kaarten in stukken uit elkaar vallen)
– Draai een communicatiekaart van de trekstapel open OF gebruik een eerder opengelegde kaart om iets duidelijk te maken aan je medespelers

Deze laatste stap is eigenlijk het hart en de klok van het spel. Want zo gauw alle kaarten opengedraaid en geplaatst zijn, eindigt het spel sowieso en wordt er gekeken of je in je missie geslaagd bent. Het is ook het hart van het spel aangezien dit je manier van communiceren is. De communicatiekaarten tonen 1,2 of 3 kleuren. De spelers proberen ze op kaarten te leggen waarvan ze zeker zijn dat de kleur ermee overeenkomt, want hiervoor scoor je één punt aan het eind en geef je vooral hints weg over waar je bepaalde kleuren probeert te plaatsen. Daarnaast zorgt deze kaart er ook voor dat de onderliggende kaart niet meer kan verplaatst worden, en je fixeert op die manier ietwat het rooster dat je opbouwt. Een fout gelegde kaart levert je aan het eind trouwens één minpunt op. En voor de volledigheid geef ik nog graag mee dat open-gedraaide, niet-gebruikte communicatiekaarten 2 punten opleveren en die in de trekstapel zelfs 5 punten (maar dit is niet evident).

Meer valt er eigenlijk niet te vertellen over het basisspel, maar ik kan je wel zeggen dat dit eigenlijk best een verrassende en pittige uitdaging is. Je hebt geen ruimte voor foutjes, want dit wordt afgestraft (en je maakt ze snel). En als je na enkele potjes het spel goed in de vingers krijgt, zal het steeds beter gaan lukken. Het is dan de hoogste tijd om één van de andere spelniveaus erin te gooien. Zo ga je bijvoorbeeld bepaalde kleuren aan het eind naast elkaar moeten krijgen, ga je de communicatiekaarten in een bepaalde volgorde moeten gebruiken, gebruik je enkel communicatiekaarten om kaarten te fixeren (geef je geen kleur meer weg), leg je de yokai-kaarten bij aanvang in andere patronen en maak je het jezelf moeilijker door enkele kaarten tijdelijk buiten spel te zetten. Daarnaast kan je ook nog eens de moeilijkheidsgraad gaan aanpassen door méér of minder communicatiekaarten te gaan gebruiken.

Het woord is al meermaals gevallen, maar deze Yokai wist me echt te verrassen. Niet alleen het feit dat hij bij in het pakketje van Gasha was verstopt, maar ook door het spelverloop en de te leggen puzzel. Als je wel houdt van dit soort korte, coöperatieve tussendoortjes waarbij je jouw grijze hersencellen toch aan het werk moet zetten, dan ga je hier opgetogen over zijn. Het feit dat er ook nog voldoende variatie voorzien is, zorgt ervoor dat het fris blijft aanvoelen en niet gauw verveelt. Kortom : deze (verborgen) memory-variant zou wel eens de tand des tijds kunnen doorstaan in onze spellencollectie.

Titel : Yōkai
Auteur : Julien Griffon
Uitgeverij : Gam’in BIZ

Advertentie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s